De groep akkerbouwers heeft samen met HLB en SBNL een globaal natuurontwikkelingsplan opgesteld, waar ze praktisch uit de voeten kon. In de winter van 2003/2004 is daarover regelmatig overleg geweest. Uiteindelijk resulteerde dit in het plan 'Boeren met Uitzicht'.

Het plan dat uit de gezamenlijke visie van de groep akkerbouwers is ontstaan behoorde tot de vijf genomineerden voor de Drentse landbouwprijs. Op 17 maart 2004 heeft de jury onder leiding van Jan Douwe van der Ploeg een bezoek gebracht aan het gebied. De waardering die de groep hierdoor al heeft gekregen – los nog van het wel of niet toekennen van een prijs – heeft de ondernemers extra enthousiast gemaakt voor het plan. De wens bestond dan ook om de uitvoering slagvaardig op te pakken. Toen in april 2004 de prijs daadwerkelijk werd toegekend, zijn dan ook meteen de eerste maatregelen op bedrijfsniveau genomen. De maatregelen waren eenvoudig en praktisch van opzet, geheel in overeenstemming met de wensen van de groep. Elke deelnemer heeft op zijn eigen bedrijf langs een interessante watergang een natuurstrook van een halve hectare aangelegd, waarin een natuurmengsel is gezaaid.

 

Het Juryoordeel van de Innovatieprijs luidde:

Een samenwerkingsinitiatief van akkerbouwers voor agrarisch natuurbeheer is vernieuwend en innovatief voor de Drentse Veenkoloniën. Terecht geven de initiatiefnemers aan dat het soms als monotoon afgeschilderde Veenkoloniale landschap natuur- en landschapspotenties bezit die het waard zijn om te ontwikkelen en te tonen aan bezoekers. Dat is zeldzaam in dit gebied waar het merendeel van de akkerbouwers niets “heeft” met de natuur: de inzenders “doorbreken” met dit plan een hardnekkig blijkende filosofie, en stellen een voorbeeld. Deze ondernemers hebben zich met hun bedrijfsvoeringsplan op de toekomst gericht. Met de wijzigingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid van de EU in het vooruitzicht, sturen zij de kant op van vergrote toegankelijkheid en aantrekkelijkheid voor het publiek, fauna en vegetatie. De bedrijfsvoering draagt daarmee positief bij aan meerdere omgevingsfactoren.

 

Op deze manier kon ervaring worden opgedaan met natuurontwikkeling en meteen het effect van zo'n ingreep kritisch worden gevolgd. Binnen de groep zijn na deze eerste vingeroefening de ervaringen met elkaar besproken. Dit betekende voor de deelnemers een stimulans om verder te gaan.